De Vlaming gaat steeds kleiner wonen: “Velen geloven dat ze een eigen voordeur nodig hebben. Dat is niet waar” Terug naar overzicht

Een huis dat vandaag in Vlaanderen gebouwd wordt, is gemiddeld 160 m2 groot. Dat is een vierde kleiner dan twintig jaar geleden. Een must, want we wonen met steeds meer op dezelfde plek. Maar hoe doe je dat in godsnaam, een kwart kleiner gaan wonen? Door anders te gaan denken, zo blijkt. “Veel mensen geloven dat ze een eigen voordeur nodig hebben. Dat is niet waar.” Size doesn’t matter, zo vertellen experts én drie ervaringsdeskundigen.

Al decennialang is het de ultieme woondroom van de Vlaming: huisje, tuintje en het liefst ook nog een boompje. Hoe groter dat alles, hoe beter. Maar in werkelijkheid ligt die droom aan diggelen. “In 1998 was de gemiddelde oppervlakte van een huis 210 m2, vandaag is dat 160 m2. Een gigantisch verschil”, zegt Marc Dillen, directeur van de Vlaamse Confederatie Bouw. “Vroeger bouwden we groter dan in Duitsland, nu veel kleiner. En ook het verschil met Nederland, dat traditioneel al kleiner bouwde, neemt steeds sterker af.”

Een opvallende evolutie voor de bouwgrage Vlaming, maar de verklaring is eigenlijk niet ver te zoeken. “De bevolking neemt alleen maar toe, en toch blijft de totale oppervlakte om te wonen in Vlaanderen, op zo’n 100 hectare na, al twintig jaar dezelfde.” Kortom: steeds meer mensen moeten in hetzelfde kleine Vlaanderen een woning vinden. Gevolg: de prijzen stijgen. En kleiner gaan wonen, wordt voor velen een must. Vraag is alleen: wat geef je dan op? Huisje, tuintje of boompje?

Weg met die tuin

Tuintje, blijkt in eerste instantie. Zes op de tien nieuwe woonprojecten zijn vandaag appartementen. “Als dat ritme aanhoudt, zijn flats tegen 2020 het dominante woontype in Vlaanderen. Dat is een ongekende bouwshift”, zegt Dillen.

De prijs is trouwens niet de enige reden om in een appartement te gaan wonen, veranderingen in de maatschappij spelen ook een rol. Zo zorgt de vergrijzing ervoor dat oudere mensen naar een appartement in de stad of dorpskern trekken. “Ze kunnen niet alleen blijven wonen in hun grote huis omdat het te veel onderhoudswerk vergt, of ze willen dichter bij de winkels en het openbaar vervoer zitten. Dat zien we vooral bij 65-plussers”, zegt Lieve Vanderstraeten, onderzoeker bij Steunpunt Wonen.

De Vlaming gaat steeds kleiner wonen: “Velen geloven dat ze een eigen voordeur nodig hebben. Dat is niet waar”
Al zijn het niet enkel gepensioneerden die bewust kiezen voor een kleinere woning. Verderop vindt u bijvoorbeeld het verhaal van Hilde en Walter, vijftigers, die onlangs hun villa met grote tuin inruilden voor een compacte bungalow.

Bij jongeren is een deel aangetrokken door appartementen. Alleenstaanden bijvoorbeeld. En jonge gezinnen die in de stad willen wonen, geen auto hebben en milieubewust kiezen voor een appartement dicht bij een park. “Die gezinnen houden rekening met de ecologische voetafdruk”, zegt Vanderstraeten. “Compact en energiezuinig wonen past beter in dat verhaal. Maar lang niet alle jonge gezinnen gaan kleiner wonen. Sommigen willen gewoon ook nog een huis met tuin.”

Weg met die muren

Hoe los je dat dan op? Als je huisje, tuintje en boompje niet wil opgeven? Door alles in te krimpen, zo blijkt. In sommige regio’s – zoals Brugge – is er amper een toename van appartementen, maar worden net meer huizen gebouwd. Alleen: ze zijn dus een kwart kleiner dan in 2000. “Die mensen wonen dan in wat ik een kabouterverkaveling noem, een soort miniatuurversie van een vrijstaande woning”, zegt architect Michael Ryckewaert.

Als docent stedenbouw aan de VUB bestudeert hij samen met zijn studenten de evoluties van ons woonpatrimonium. “De typische achterbouw bij Vlaamse huizen is al langer weggewerkt, maar bij recente nieuwbouw zien we heel duidelijk waar plaats wordt bespaard. Zo is de garage al verdwenen, auto’s staan op de oprit of op straat. De keuken en de eetkamer werden samen de leefkeuken, het bad is vervangen door een inloopdouche.” Is het u trouwens ook al opgevallen dat er in nieuwbouwwoningen veel minder muren en deuren zijn, en dat alles één fancy leefruimte is? “Het zijn moderne trends die het erg goed doen, maar vergis je niet: ze zijn er wel degelijk gekomen wegens gebrek aan ruimte.”

Weg met die voordeur

En toch, vindt Ryckewaert, weegt de baksteen nog altijd te veel op de maag van de Vlaming. “De zoektocht naar betaalbare bouwgrond zet zich voort, mensen gaan bouwen op plekken die steeds verder weg liggen van de stad.” Opvallend: het aantal rijwoningen in onze steden stijgt niet, terwijl dat net een betaalbare vorm van kleiner wonen is. Verontrustend, vindt Ryckewaert.

Hij pleit voor meer creativiteit. Meer out-of-the-box-denken. Een nog grotere mindshift rond wonen, ook bij de overheid. “In ons land is er zeer weinig innovatie op het gebied van compacte woonvormen. Onze overheid lijkt niet verder te komen dan het aanprijzen van appartementen of kleinere kavels, terwijl er best veel andere opties zijn. Zo staan ze in het buitenland al veel verder op het gebied van meergezinswoningen, in de vorm van duplex- en patiowoningen. Er is niks mis met het delen van een grotere tuin, parkeerruimte of zelfs de hal. Het kan zelfs de totale woonkosten een pak voordeliger maken. Maar zolang de overheid daarin niet investeert, zal ook de Vlaming niet snel anders gaan denken. Niet iedereen heeft een eigen voortuin, oprit en voordeur nodig. Maar dat besef moet nog komen.”

Bron: Nieuwsblad