Wat verandert er op 1 januari voor (ver)bouwers? Terug naar overzicht

De start van het nieuwe jaar is vaak een ideale gelegenheid om een aantal nieuwe eisen en maatregelen in gang te laten treden in de bouwsector. 2018 is daar geen uitzondering op. Een overzicht;

Vanaf 1 januari vraag je geen stedenbouwkundige vergunning meer aan, maar een omgevingsvergunning. Deze vervangt en verenigt de klassieke stedenbouwkundige vergunning, de verkavelingsvergunning én de milieuvergunning. De aanvraag moet worden ingediend bij slechts één loket, waarna er één onderzoek en één adviesronde wordt georganiseerd. In een aantal gemeenten werd de omgevingsvergunning reeds ingevoerd. Vanaf 2018 is ze standaard voor heel Vlaanderen.

In de aanloop naar 2021, vanaf wanneer alle nieuwbouwwoningen bijna-energieneutraal moeten zijn (E30), daalt het E-peil voor nieuwe woningen vanaf 2018 opnieuw met 10 punten, tot E40. Woningen die geen aandeel hernieuwbare energie bezitten, moeten nog steeds 10 procent beter doen, wat een E-peil van E36 betekent.

Wie na 1 januari een bouwaanvraag indient voor een ingrijpende renovatie, moet rekening houden met strengere eisen rond de opbrengst van zonnepanelen en -collectoren. Die stijgt van 10 kWh/jaar per m2 vloeroppervlak naar 15 kWh/jaar per m2 vloeroppervlak.

De eisen voor technische installaties worden dan weer iets soepeler, onder andere voor warmtepompen en zonne-installaties. Zij zullen makkelijker positief doorwegen in de berekening van het E-peil.

Invoering van het S-peil ter vervanging van de K-waarde. Dit schilpeil zal rekening houden met meer dan alleen het isolatiepeil van de woning. Onder andere ook de netto-energiebehoefte en de luchtdichtheid hebben invloed op de berekening. De norm wordt alvast op S31 gelegd en wordt elk jaar met 1 punt verstrengd, tot S28 in 2021.

Bron; trends.knack.be